INSECTEN, SLAKKEN, SPINNEN EN SCHORPIOENEN IN DE KUNST

Veel kunstenaars zijn al eeuwenlang gefascineerd door insecten. Hoeveel insectensoorten er op aarde leven weten we niet, maar schattingen lopen uiteen van 1 tot 5,5 miljoen. Met deze enorme diversiteit vormen ze verreweg de grootste groep dieren op aarde. En ze komen overal ter wereld voor. In Nederland leven zo'n 20.000 soorten. 


In de middeleeuwen werden insecten geassocieerd met de dood en de duivel. Men dacht dat ze spontaan werden geboren uit dood materiaal als mest, rottende plantenresten en modder. In de kunst van toen staan insecten naast slangen, padden en hagedissen vaak symbool voor het kwaad en werden ze gezien als handlangers van de duivel. In de 15de en 16de eeuw verandert dit als kunstenaars aandacht krijgen voor de schoonheid van deze dieren. Ze worden ook gezien als onderdeel van Gods schepping. Ze verschijnen in de marges van middeleeuwse manuscripten. De Duitse kunstschilder en tekenaar Albrecht Dürer maakte in 1505 het eerste kunstwerk waarop een insect het hoofdonderwerp is: een vliegend hert. 


In Europa begint de adel in de 16e eeuw insecten te verzamelen en komen ze terecht in zogenoemde kunst- en wunderkammers. Vanaf dat moment krijgen ook wetenschappers ook meer belangstelling voor insecten. Wanneer de microscoop wordt uitgevonden, neemt de belangstelling nog meer toe. Er opent zich een nieuwe wereld met kleine wezens.  

Rond 1650 krijgen insecten een eigen genre in de schilderkunst: het sottobosco of bosgrondje. Je ziet er insecten op wat donkere schilderijen met omgevallen en rottende boomstronken, paddenstoelen en mossen.


Maria Sibylla Merian (1647–1717) en Johannes Goedaert (1617–1668) waren belangrijke pioniers in de ontdekkingstocht van de insectenwereld. Ze observeerden en bestudeerden insecten en hun levenscycli en tekenden deze nauwkeurig op in 'insectenboeken'. Ze werden daarmee één van de grondleggers van de entomologie (de studie van insecten). Johannes Goedaert beschreef als eerste de metamorfose van insecten en gaf veel soorten een Nederlandse naam. Door de schoonheid en kennis over insecten te vergroten zorgden ze ervoor dat het beeld van insecten in de 17e eeuw als 'beesten van de duivel' langzaam veranderde in wetenschappelijke fascinatie. 


Einde 19e eeuw vertaalde zich dat ook naar de jugendstil waarin sierlijke motieven van dieren en de planten centraal staan, zoals vogels en insecten.


Het gaat niet goed met insecten. Wereldwijd staan populaties onder druk. Iedere 2 jaar publiceert het Wereld Natuur Fonds het Living Planet Report. Dat laat o.a. zien dat de populatie insecten in Europa de afgelopen decennia met meer dan 75% afgenomen. Ook in Nederland zijn bepaalde insectensoorten sterk achteruitgegaan, zoals vlinders, bijen en zweefvliegen. De oorzaken van deze achteruitgang zijn verlies van leefgebied als gevolg van verstedelijking, intensieve landbouw en infrastructuurprojecten, het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering, verontreiniging en minder voedsel door monocultuur in de landbouw en een afname van bloeiende planten. 

BIJEN EN WESPEN IN DE KUNST

Bijen zijn belangrijke bestuivers. Ze brengen stuifmeel van de mannelijke meeldraad naar de vrouwelijke stamper van een bloem. Dit is essentieel voor de bevruchting van planten die daardoor zaden en vruchten kunnen vormen. De overgrote meerderheid van de bijensoorten leeft solitair, wat betekent dat ze alleen hun eigen nest bouwen en niet in een groep wonen. Een beperkt deel leeft in kolonies met een koningin, werksters en darren. 

Bijen worden bedreigd door het gebruik van bestrijdingsmiddelen, ziekten en habitatverlies. 


In de beeldhouwkunst zien we bijen vooral als symbool van vlijt en nijverheid (zie het reliëf op Centraal Station Amsterdam). Die symboliek is gebaseerd op de honingbijen die hard werken om honing te maken. In de Nederlandse taal zien we deze symboliek ook terug in de uitdrukking 'een bezige bij' dat verwijst naar iemand die altijd druk bezig is met iets. 
Alleen de honingbij produceert honing als voedselvoorraad voor de winter. Om deze reden heeft de voormalige Spaarbank in Rotterdam de bij als symbool van sparen op het gebouw aangebracht. Naast de honingbij zijn er wereldwijd meer dan 20.000 soorten bijen. Andere bijen maken geen honing, maar verzamelen wel nectar en stuifmeel om zelf op te eten. 

De bij wordt in de beeldhouwkunst ook gebruikt om de tijd aan te duiden, zoals hieronder is te zien op de tweede foto van het Centraal Station Amsterdam waar de bij samen met vogels en bloemen de middag aanduidt.
Warenhuis De Bijenkorf heeft de naam als symbool van bedrijvigheid, noeste arbeid en het diverse assortiment in hun 'korf' (warenhuis).


Wespen zijn geen bijen, maar wel ook bestuivers. De wesp en bij zijn twee verschillende insectensoorten met een andere leefwijze en uiterlijk. Wespen zijn feller qua kleur (geel/zwart, glad en hebben een slanke 'wespentaille'. Bijen zijn behaard en forser. Wespen kunnen meermalen steken, terwijl bijen na één steek sterven. Wespen vallen zelden mensen aan, behalve als ze worden geïrriteerd, ze zich bedreigd voelen of hun nest verdedigen. Door deze eigenschap en omdat ze geen honing maken, wordt de wesp in de symboliek veelal als een gemeen, agressief dier gezien. 

EENDAGSVLIEGEN (HAFTEN) IN DE KUNST

Eendagsvliegen, ook bekend als haften, leven maar kort. Vandaar hun naam. Ze leven het het grootste deel van hun leven onder water. Er zijn wereldwijd meer dan 3000 soorten beschreven.  In werkelijkheid leven haften, afhankelijk van de soort, slechts een paar uur tot maximaal twee à drie werken.
Het kunstwerk met de haften hieronder staat er waarschijnlijk, omdat er haften in de betreffende vijver leven. 


KEVERS IN DE KUNST

In Nederland en België komen er zo'n 4000 keversoorten voor. De meest bekende zijn het lieveheersbeestje, het (zeldzame) vliegend hert en de meikever. Kevers leven zowel op de grond als in de lucht. Daarom zijn ze op het voormalige Effecten- en wisselkantoor gebruikt als symbool voor de elementen aarde en lucht.

In het Oude Egypte was de scarabee heilig, een verre verwant van de meikever. Deze kever werd een symbool van schepping, wedergeboorte en verrijzenis, omdat deze kever een mestbal voortduwt. De mestbal symboliseerde de zon die dagelijks op- en ondergaat. De kever symboliseerde de kracht hierachter die de zon elke dag door de hemel rolt. 


Het  lieveheersbeestje symboliseert wereldwijd geluk, bescherming, liefde en positieve verandering. Van alle kevers heeft deze het meest aansprekende en lieflijke uiterlijk, maar het zijn roofdieren. Ze eten dagelijks bladluizen, schildluizen en mijten. In Rotterdam is het lieveheersbeestje op het kunstwerk 'De hoorn des overvloeds' tegen het plafond van de Markthal te zien. Het plafond is een eerbetoon aan de natuur en de producten die het ons levert zoals vruchten, groenten, granen en bloemen.

In Nederland is in 2001 het lieveheersbeestje, het zevenstippelige, het symbool geworden tegen zinloos geweld.  


LIBELLEN IN DE KUNST

Er zijn zo'n 5700 libellensoorten. Tot de libellen behoren twee onderordes: de echte libellen en de juffers. Het verschil is zichtbaar als ze ergens op zitten: een libel heeft dan zijn vleugels openstaan, terwijl een juffer zijn vleugels dichtgeklapt heeft op de rug, 

De libel onderscheidt zich van de vlinder door zijn smalle achterlijf, de stand van de vleugels (plat en gespreid opzij) en de transparantie van zijn vleugels. Vlinders klappen hun gekleurde vleugels tegenelkaar omhoog. De libel is een echte jager die insecten vangt in de lucht. De vlinder eet voornamelijk nectar met zijn roltong. De larve van de libel groeit in het water en wordt geen pop, zoals de vlinder.


In de symboliek staat de libel, net als de vlinder, symbool voor de ziel, transformatie, maar soms ook voor het kwade. 

Tijdens de jugendstil (1895-1915) staat de schoonheid in de kunst centraal en werden sierlijke motieven van dieren en bloemen gebruikt. Ook de libel  die om zijn kleuren en vorm werd bewonderd.


MIEREN IN DE KUNST

Er zijn meer dan 12.000 soorten mieren op de wereld, waarvan er zo'n 50 in Nederland en België voorkomen. Mieren leven in kolonies. Iedere kolonie bestaat uit één of meerdere koninginnen, werksters (ook vrouwtjes) en soms jonge mannetjes. De werksters hebben verschillende taken. Er zijn werksters die als taak hebben om de omgeving te verkennen en om voedsel te verzamelen, werksters die het nest onderhouden, werksters die de kinderen verzorgen en werksters die als soldaten moeten graven (niet vechten). Mieren werken samen als één groot organisme. niet als individuen. Mieren communiceren voornamelijk via feromonen met elkaar. Er leven naar schatting 20 miljard mieren op aarde. Daarmee zijn ze qua aantal één van de meest voorkomende diersoort op aarde. Mieren worden heel soms als huisdieren gehouden, in een zogenaamd formicarium, maar de meeste leven in het wild. 


In de symboliek staan mieren bekend als ijvere dieren en staan ze symbool voor hard werken, bedrijvigheid, samenwerking, maar ook voor wijsheid, voorzorg, voorzichtigheid en, ordelijkheid.


De mier op de voormalige Spaarbank in Rotterdam staat symbool voor sparen. De meeste mierensoorten zijn hardwerkende dieren die in de zomer voedsel verzamelen. Ze slaan dit op in specifieke kamers in hun nest, zodat er in periodes van schaarste, zoals in de winter of bij droogte, voedsel is.

Het kunstwerk de Piomieren staat symbool voor de ontwikkeling van Almere en verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van de stad. Het vertelt over de Zuiderzeewet die in 1918 is aangenomen. Die wet die bepaalde dat de Zuiderzee door een dijk (de Afsluitdijk) van de Waddenzee zou worden afgesloten. Er waren mensen voor en tegen. De mier is symbolisch gebruikt, omdat een klein dier samen met anderen tot iets groots in staat is. 


MUGGEN IN DE KUNST

Muggen zijn er in verschillende vormen en komen wereldwijd voor.  Ze zijn vooral actief tijdens de schemering en in de nacht. Muggen worden aangetrokken door warmte, koolstofdioxide en lichaamsgeur en houden van vochtige omgevingen.


De meeste muggen steken niet, maar steekmuggen wel. Sommige muggen, zoals de malariamug, kunnen ziektes overbrengen. Daarom worden ze vaak gezien als plaag en bedreiging. Overigens zijn het alleen de vrouwtjes die steken, omdat ze bloed nodig hebben voor de ontwikkeling van hun eieren.

Er is geen symbolische betekenis bekend voor de mug. Maar ze zijn wel de verpersoonlijking van irritatie en het "muggenziften" (zeuren over kleinigheden). Ook kennen we de uitdrukking 'van een mug een olifant maken'. Dat verwijst naar het overdrijven van een kleine kwestie; iemand maakt een kleinigheid onnodig groot en toont geen relativeringsvermogen.


De Meppeler Muggen hieronder verwijzen naar een legende uit de 17e eeuw waarbij een jongen een zwerm dansende muggen boven de kerktoren aanzag voor een brand. De stralen van de ondergaande zon gaven de muggen een bepaalde gloed waardoor de jongen dacht dat de kerk in brand stond en dat vervolgens ook riep. 


SCHORPIOENEN IN DE KUNST

Schorpioenen behoren tot de oudste diergroepen op aarde. Sommige soorten bestaan al meer dan 400 miljoen jaar. Wereldwijd leven naar schatting zo'n 2000 verschillende soorten schorpioenen. Ze behoren tot de spinachtigen en leven vooral in warme en droge gebieden. In Nederland komen ze niet voor. Ze beschikken over gif dat ze met de naaldachtig angel in hun staart kunnen gebruiken om prooien te doden of verlammen en om zich kunnen verdedigen Slechts een klein aantal soorten heeft een gif dat gevaarlijk kan zijn voor mensen.


Schorpioenen worden bestudeerd door wetenschappers om o.a. meer te leren over gifstoffen en mogelijke medische toepassingen zoals het bestrijden van kanker. In sommige culturen worden schorpioenen gebruikt in traditionele medicijnen. Ook worden ze in sommige culturen in Azië en Afrika  door de mens gegeten en dan vaak gefrituurd en op een stokje geprikt om het eten te vergemakkelijken.


In de symboliek worden schorpioenen vaak geassocieerd met gevaar, bescherming, kracht en transformatie. In de astrologie is de schorpioen het teken voor mensen die zijn geboren tussen ca. 23 oktober en ca. 21 november. Het is het achtste teken van de dierenriem. Kenmerken die aan mensen met het sterrenbeeld schorpioen worden toegekend zijn: eerlijk, dapper, loyaal, diepzinnig, intuïtief, zelfverzekerd en wilskracht. Maar ze kunnen ook extreem jaloers, bezitterig, haatdragend of manipulatief zijn als ze gekwetst worden.


In het oude Egypte werd de schorpioen geassocieerd met de goedaardige godin Selket. Zij was de beschermgodin van de doden en godin van magie en geneeskunst. Ze bood bescherming tegen giftige dieren en werd vaak afgebeeld met een schorpioen op haar hoofd of als een vrouw met het lichaam van een schorpioen.


In de literatuur bestaat de fabel van de kikker en de schorpioen. Deze vertelt over een schorpioen die een kikker vraagt hem over de rivier te dragen. Hoewel de kikker bang is gestoken te worden, belooft de schorpioen dit niet te doen. De kikker stemt in, maar halverwege steekt de schorpioen de kikker toch waardoor beiden verdrinken. De moraal is dat sommige mensen hun karakter niet kunnen veranderen, zelfs niet als dat tot hun eigen ondergang leidt. 


SPINNEN IN DE KUNST

Wereldwijd zijn er naar schatting meer dan 50.000 soorten spinnen (Araneae). Ze worden ingedeeld in spinnen die hun voedsel vangen met een web en in jachtspinnen die actief jagen. In Nederland en België leven bijna 700 soorten spinnen. Spinnen zijn om meerdere redenen uniek. Zo hebben ze 8 poten, in tegenstelling tot insecten die er 6 hebben. Spinnen die webben weven maken dit van spinzijde dat afkomstig is uit hun spintepels. Hun spinrag is zo sterk dat de beste synthetische materialen die de mens kan maken bij dezelfde dikte het niet kunnen evenaren.

Bijna alle spinnensoorten zijn giftig, maar in Nederland en België zijn ze vrijwel nooit gevaarlijk voor mensen. Hun gif is bedoeld voor prooidieren (insecten) en is voor de mens meestal niet sterker dan een wespensteek. Spinnen bijten alleen uit zelfverdediging, bijvoorbeeld als ze in het nauw komen. Het zijn nuttige dieren, omdat ze veel insecten eten, zoals vliegen en muggen.


Mensen reageren verschillend op spinnen. Sommige mensen vinden ze interessant en mooi, terwijl anderen er bang voor zijn. Angst voor spinnen wordt arachnofobie genoemd. Er zijn mensen die grote spinnen houden als huisdier, zoals vogel- en springspinnen.
De wetenschap onderzoekt spinnen om inzicht te krijgen in o.a. hun webconstructies, gif voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en duurzame insecticiden en om inzicht te krijgen in de bijzondere eigenschappen van hun spinnendraad voor o.a. wondgenezing.


In de symboliek hebben spinnen verschillende betekenissen. Ze staan vaak symbool voor

- creativiteit en schepping, omdat ze hun eigen web maken

- geduld, omdat ze vaak stil wachten tot hun prooi in het web terechtkomt

- vlijt, omdat ze draden kunnen produceren

- het kwade, omdat ze giftig zouden zijn voor de mens. Feitelijk is dat een klein percentage.

- lotsbestemming, omdat ze met hun ingewikkelde webben hun eigen levenslot weven

- de samenhang van het leven, omdat hun web zo goed in elkaar zit en consciëntieus is gemaakt


In West-Afrikaanse verhalen is de spin Anansi een bekendheid, een sluwe verteller en cultuurheld. In westerse horrorverhalen worden spinnen vaak gebruikt als symbool voor gevaar, om angsten aan te spreken en een sfeer van onbehagen en naderend onheil te creëren. Het zijn zogenaamd 'enge monsters'. Door hun stille bewegingen en giftige reputatie werden ze soms een symbool voor het onbekende of het duistere. In middeleeuwse kunst konden spinnen het kwade, de zonde of de vergankelijkheid symboliseren.


In sommige mythologieën is de spin verbonden met de vrouwelijke scheppingskracht, zoal in de Griekse mythe over de vrouw Arachne. Zij was een getalenteerde weefster die beweerde dat ze beter kon weven dan de godin Athena en daagde haar uit. Tijdens de wedstrijd weefde ze scènes die de goden bespotten. Athena reageerde woedend en sloeg Arachne. Zij hing zichzelf uit schaamte en wanhoop op. Athena kreeg spijt en veranderde haar in een spin en sprak uit dat haar nakomelingen voor eeuwig zouden weven: dit verklaart de oorsprong van de spinnen. 


De kruisspin wordt vaak gezien als een brenger van geluk en voorspoed. Hij stond in hoog aanzien bij christenen vanwege het kruis op zijn rug.


SLAKKEN IN DE KUNST

Slakken behoren tot de weekdieren en er bestaan naar schatting zo’n 60.000 tot 70.000 soorten. Ongeveer 30.000 soorten slakken  leven in zee (zeeslakken), 5.000 soorten in zoet water (zoetwaterslakken), en 30.000 soorten op land (landslakken). Er zijn slakken met een huisje (huisjesslakken) en zonder huisje (naaktslakken). De meeste slakken zijn tweeslachtig. Slakken worden ook wel buikpotigen genoemd, omdat ze zich voortbewegen op hun buik. De buik produceert slijm om soepel te kunnen bewegen en om zich vast te hechten.


Slakken worden door de mens gegeten (escargots), als proefdier gebruikt voor onderzoek naar het zenuwstelsel, het geheugen en wondgenezing en hun slijm wordt gebruikt in huidverzorgingsproducten. In tuinen worden slakken vaak als plaag gezien, omdat ze bladeren en groenten eten. Slakkenhuizen of delen daarvan worden ook gebruikt als sieraad. Van de 18e t/m 20eeeuw werden schelpen van slakken gebruikt als betaalmiddel in West-Afrika. Sommige schelpen van slakken worden door mensen als decoratie in huis gebruikt, zoals het huis van roze vleugelhoorn, een grote zeeslak. Schippers en vissers gebruikten vroeger de gedraaide schelp van een zeeslak, vaak van een wulk of tritonshoorn, als blaasinstrument (misthoorn of scheepstoeter). We zien dit gebruik ook terug bij Triton een god uit de Grieks mythologie die half mens/half vis is.


In de symboliek staan slakken door hun langzame beweging symbool voor traagheid, geduld, bedachtzaamheid, volharding en gestage groei. Dat zien we ook terug in de taal: ‘hij rijdt met een slakkengang’ of ‘hij is zo traag als een slak’. De spiraalvorm van de schelp van slakken wordt soms gezien als een teken van groei, tijd en natuurlijke cycli. Omdat slakken hun huis op hun rug dragen, kunnen ze ook verwijzen naar bescherming, veiligheid, huiselijkheid en het idee van thuis. Heel vroeger stond de slak vanwege zijn manier van voortbewegen op zijn buik en productie van slijm ook symbool voor viesheid.

 

VLINDERS EN RUPSEN IN DE KUNST

Er bestaan zo'n 160.000 soorten vlinders. De meeste soorten leven in tropische of substropische gebieden, maar er zijn ook soorten die leven op de koude toendra's of in woestijnachtige gebieden. In Nederland en België komen een paar duizend vlindersoorten voor, vooral nachtvlinders.

Vlinders kennen een volledige gedaanteverwisseling tijdens hun leven. Uit het ei ontwikkelt zich een rups die zich later verandert in een pop (verpopt), waaruit uiteindelijk een vlinder tevoorschijn komt. Vlinders zijn nuttige dieren, omdat ze bestuivers zijn.


Vanwege hun schoonheid zijn vlinders geliefd, maar in de hoedanigheid van een rups vaak niet omdat ze van planten eten. Veel vlinders dreigen te verdwijnen als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen, en omdat hun leefgebied verandert of verdwijnt door de mens. 

De mens kweekt de rups van de zijdevlinder omdat deze zijde spint. Deze zijde wordt gebruikt voor het weven van kleding. Hij wordt gehouden op de moerbei-plant. Hieronder zie je daarvan een afbeelding op het gebouw van Peek & Cloppenburg in Amsterdam. 

Omdat vlinders een metamorfose ondergaan qua uiterlijk en levenswijze, staan ze in de symboliek voor transformatie, een nieuw begin, wedergeboorte, verrijzenis en onsterfelijkheid. Maar ze staan ook symbool voor de ziel (zie de vlinders in de Troosttuin op begraafplaats Iepenhof in Delft), liefde, geluk en vrijheid (zie de muurschildering in Rotterdam in het kader van het Poetry International Festival).  
Tijdens de jugendstil (1895-1915) staat de schoonheid in de kunst centraal en werden sierlijke motieven van dieren en bloemen gebruikt. Ook de vlinder die om zijn kleuren en vorm werd bewonderd. 

I